Maandag blog

Elke eerste maandag van de maand publiceer ik hier een blog, een tekening, een foto of een gedicht.

Barabas

De – politieke – werkelijkheid wordt complex, bizar en grillig. Met een blog red ik het niet om er greep op te houden. Vandaar dit keer een gedicht.

Barabas

de waanzin grauwt en snauwt

nieuwspraak scheurt de aarde open

grofheid schaaft de krullen van de bomen

en spreeuwen zwerken nieuwe tekens

in doodangst

 

de waanzin jankt en jaagt

en wast zijn handen in een bekken onschuld

god, zeg weer niet dat het goed is

woorden worden waardenloos

barabas barabas

 

de waanzin gromt en giert

maar ik beitel betekenis uit balk en boom

letters spaanderen in het rond

ik stamp ze in een mal

tot zin

 

de waanzin blaast de aftocht

klauwt naar mij met een hoge rug

en nagelt nog een leugen op mijn handen

een brandmerk

 

de waanzin slist en sluimert

bladeren ritselen stilletjes en een jonge merel

fluit naïef een lang vergeten lied

van hoop

Als één plus één niet langer twee is

Het heeft een maand langer geduurd dan normaal om een blog te produceren. Ik hield de ontwikkelingen in de buitenwereld gewoon niet meer bij: ze gingen sneller dan ik kon beschrijven.

Dit stukje gaat dan ook over de betekenis van woorden. En over de ingrijpende inflatie van de waarde van woorden. Want het is zeer de vraag of dit soort stukjes nog enige toekomst heeft.

Ik probeerde zaken die mij opvielen te beschrijven, te duiden en in een ruimer kader te plaatsen. De samenleving verandert permanent en die veranderingen zie je terug in al die kleine verschuivingen in het dagelijks leven. Mogelijk zegt de optelsom van al die kleine verschuivingen iets over de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt. Daarmee legde ik voor mijzelf een fundament om beter onderbouwd besluiten te kunnen nemen in mijn dagelijks werk voor een maatschappelijke organisatie.

Heldere redeneringen waren daarbij van belang, want mogelijk hadden anderen ook iets aan deze denkoefeningen. En dan is het goed dat elke stap gevolgd en bekritiseerd kan worden. Waarbij steeds weer blijkt hoe lastig taal is. Het voelt vaak of je een zandkasteel aan het bouwen bent met net te droog zand: ben je aan je vierde muur bezig, stort de eerste weer in.

Een zijsprong: elke week lees ik met veel plezier de stukjes van Ionica Smeets in de Volkskrant over getallen. Wiskundigen leven in een bijzondere wereld: zij hebben geen laboratorium om te onderzoeken of  één plus één altijd twee is, 12 plus 13 altijd 25, of 12 maal 13 altijd 156 is. Aan pen en papier hebben zij genoeg, of liever nog een ouderwets schoolbord waar zij hun collega’s hun becijferingen voorrekenen. Volstrekte transparantie. Begrippen als waarheid of leugen bestaan niet in de wiskunde. Dingen zijn waar of niet-waar.

Het omgekeerde zien we bij goochelaars. Met evenveel plezier als de stukjes van Ionica lees ik in Mindf*ck hoe illusionist Victor Mids de kijker op het verkeerde been zet. Vooral door onze manier van denken te misbruiken. Ons te laten focussen op plek A en moment X terwijl de kaartwissel plaatsvindt op plek B op moment Y. Het grappige is dat de goochelaar daar nog heel wat taal bij nodig heeft. Al dat ogenschijnlijke geklets om de truc heen in is van belang voor het slagen ervan.

Lastig is dat taal de uitstraling heeft van wiskunde – een appel groeit aan een boom, het ijs smelt, de zon schijnt – maar niet die zekerheid biedt van 1 + 1 = 2. Taal hebben we als mensen nodig om te kunnen overleven. In ons eentje redden we het niet op de wereld. Om voedsel te vergaren en schuilplaatsen te bouwen hebben anderen nodig. Als je samen een beer wilt doden, is taal handig. Dat achter je voor iedereen achter je is en niet vóór je.

Natuurlijk zit er een bepaalde marge in woorden. Elk woord is een beetje van elastiek en rekt mee met de context. Dus is er veel discussie over de interpretatie van feiten. Als je sporen in het bos ziet die duiden op een groot dier, dan is het van levensbelang om te weten of het om een beer of een hert gaat. En vooral ook dat iedereen het daarover eens is.

De waarheid is dus het resultaat van wat het overgrote deel van een groep als waarheid beschouwt. Als één mens met wiskundige zekerheid bewijst dat de zon het middelpunt van ons zonnestelsel is, dan is dat nog niet per se de waarheid. Daar is meer voor nodig. De geschiedenis van Copernicus en Galilei illustreert dit goed. Copernicus onderbouwde dat de zon en niet de aarde in het centrum van ons zonnestelsel stond, maar opperde het als een theoretische mogelijkheid, en kwam daar mee weg. Galileo Galilei bazuinde het van de daken. Dat kwam de meerderheid van de kerkvorsten niet goed uit. Dus botte ontkenning volgde. Hij moest door het stof en het duurde tot eind twintigste eeuw voor het Vaticaan het gelijk van Galilei erkende.

Vertaald naar hier en nu: je kunt een tijd ontkennen dat de poolkappen smelten, maar als de zeespiegel daadwerkelijk stijgt,  verschuift de discussie naar de oorzaken daarvan. Als het je positie verzwakt door de mens als veroorzaker aan te wijzen – omdat dat dwingt tot vervanging van olie, kolen en gas door wind- en zonnestroom, en dus leidt tot verlies voor olieconcerns – dan ontken je dat. En tracht je zoveel mogelijk medestanders te werven. Soms lukt dat, soms niet. Pas als de groep ontkenners zo groot wordt dat er binnen de gemeenschap geen consensus meer bereikt kan worden, staat het voortbestaan van de hele groep op het spel. Conflicten zijn dan onvermijdelijk.

Die kunnen beslecht worden met wetenschappelijk onderzoek. Dan gaat het elastiek van taal over in de staalharde transparantie van wiskunde: waar of niet-waar. Dat vergt wel dat de hele groep het eens is over de wetenschappelijk methode. Als dat gaat ontbreken, dan komen we in drijfzand terecht. Daarom is de afhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek van politieke besluitvorming juist nu zo risicovol.

Want feiten lijken irrelevant geworden. In 1984 van George Orwell was er een Ministerie van Waarheid dat alle feiten naar zijn hand zette. De woordvoerder van Trump ontkende vandaag – 22 januari 2017: onthoud die datum – glashard dat bij inauguratie van Trump minder publiek was komen kijken dan bij Obama acht jaar geleden ondanks de overstelpende overvloed aan foto’s en films en gegevens van politie en openbaar vervoer. “Period”. Dat lijkt klein bier, want so what?

Niks so what: een van de eerste daden van Trump was het ondertekenen van een decreet om klimaatonderzoek stop te zetten. Het voelt of hedendaagse Galilei’s weer terug zijn bij af.

Deze manier van politiek bedrijven zal weerklank vinden. Al hebben de nieuwe keizers geen kleren aan, zij ontkennen dat glashard en presenteren hun kijk op de wereld als enige werkelijkheid. In onderzoekstermen heet dat een paradigmashift: de bakens worden verzet, de wereld wordt vanuit een andere invalshoek benaderd wat leidt tot nieuwe uitkomsten. Het verstoten van de aarde door de zon uit het middelpunt van ons planetenstelsel was zo’n paradigmashift. En er volgden er nog vele.

Een vergelijkbare verschuiving in de politiek waarbij de vaste fundering op wetenschappelijke feiten als sturingsinformatie wordt verlaten brengt ons op volstrekt onbekend terrein. We zullen dat gaan merken. Ook in Nederland, en in elke raadszaal in het land. Want een beroep op feiten wordt zinloos. Wat komt daar voor in de plaats?

Op die vraag ga ik weer een maandje broeden.

 

 

 

Beeldtaal (3)

zalandoVorige maand sloot ik af met: “Over enkele jaren stuurt Zalando ons ongevraagd de schoenen of de broek waar we net aan dachten – zoals bleek uit ons surfgedrag. En het aankoopbedrag wordt vast afgeboekt. Handig toch?”

Is het denkbaar dat dit doorgetrokken wordt naar de manier waarop we bestuurd worden? Aan de ene kant hebben we het representatieve systeem waarbij volksvertegenwoordigers een mandaat voor pakweg 3 of 4 jaar hebben. Echter, in vier jaar verandert de wereld zo sterk dat elk verkiezingsprogramma al na een jaar in de kliko kan. Vandaar de neiging om over te stappen op referenda.

Waar wel goed op moeten letten waar die roep om referenda vandaan komt: vooral van commerciële campaigners – notabene direct voortkomend uit de kringen van massamedia die volledig draaien op reclame-inkomsten – die kiezers naar zich toe trekken met krachtige beeldgestuurde strategieën. Na Jan Roos en Thierry Baudet vormt nu Geen Peil zich om tot politieke partij. Met als doel de directe democratie in te voeren: elk besluit voorleggen aan het volk.

Daardoor wordt het politieke veld verder gevierendeeld. Links en rechts worden opgeknipt in een links voor hoger en een links voor lager opgeleid, en een rechts voor hoger en een rechts voor lager opgeleid. Met alle denkbare varianten daartussen. Kortom: alles is emotie geworden, beleving. Het hele rationele, analytische denken kan in de oudpapierbak.

De verwarring kun je bijna dagelijks aflezen aan Jeroen Pauw. Hij nodigt steevast representanten uit van wat je intussen het anti-establishment-establishment kunt noemen. Zijn dagelijks stamtafel dient om door het uitwisselen van argumenten het nieuws van de dag verder in te kleuren. Maar dat uitwisselen van argumenten is passé. Dat is de manier van opereren van “de élite”. Jeroen wordt er zo nu en dan wanhopig van als een gast geen andere inbreng meer heeft op een hard onderbouwd feit dan “dat is joúw mening”.

De werkelijke crisis is dat er op twee golflengtes wordt gesproken. De traditionele school aan de ene kant waarbij argumenten worden onderbouwd met feiten, wetenschappelijk verworven kennis, of op basis van algemene waarden, gestoeld op breed gedragen uitgangspunten zoals mensenrechten. Deze school wortelt in de wereld van taal. En met taal kun je – naast emoties zoals met poëzie – vooral argumenten formuleren.

De nieuwe school daartegenover opereert op basis van wantrouwen in wetenschappelijke kennis, maar ook op basis van het verwerpen van zaken als gelijkwaardigheid van culturen. Deze school wortelt in de wereld van het beeld. En met beelden kun je niet argumenteren, maar wel heel goed emoties overbrengen.

De vraag is waar je moet beginnen om die twee werelden weer bij elkaar te brengen, met elkaar in gesprek te laten gaan. Want nu graven de verschillende politieke polen zich in en verschansen ze zich achter hun eigen gelijk. Het rationele argumenteren versus de emotie van het beeld.

Misschien moeten we het wel heel anders aanpakken. Op basis van Big Data weten we immers hoe burgers over bepaalde kwesties denken. Zoals je aankoopgedrag – zie de schoenen van Zalando – voorspelbaar is op basis van je gedrag in het verleden, zo is ook je stemgedrag voorspelbaar.

Feitelijk worden we al enigszins zo bestuurd. Ik sprak een “dataminer” die voor een groot bedrijf die veel installaties heeft draaien zoals de portalen met matrixborden boven de snelwegen, maar ook in waterkeringen, bruggen en andere vitale infrastructurele voorzieningen gaat onderzoeken of storingen te voorkomen zijn door de gebeurtenissen die aan onverwachte storingen voorafgaan te analyseren. Op basis van die analyses kun je dan niet alleen de storingen voorspellen, maar ze effectief voorkomen door tijdig programma’s bij te sturen zodat noodlottige samenlopen voorkomen worden.

Zo kun je ook storingen in de samenleving voorspellen. Niet door te kijken naar de inhoud van conflicten, wat analisten nu graag doen, maar naar de optelsom van de conflicten, niet meer dan dat. In de – élitaire – Volkskrant vertelt de onderzoeker Ingo Piepers hoe je dan de wetmatigheid kunt ontdekken van grote internationale geweldsuitbarstingen. Oorlogen die dus een soort resetknop blijken voor een overbelast systeem. Piepers heeft berekend dat rond 2020 een wereldwijze geweldsuitbarsting zal plaatsvinden. Geen fijn vooruitzicht.

Als ik Piepers goed begrijp is het lange tijd in het Westen redelijk vreedzaam gebleven omdat we door internationale samenwerking en handelsverdragen de onderlinge afhankelijkheid steeds groter maakten, maar is inmiddels door tal van conflicten de spanning binnen die steeds complexer systemen toch steeds verder opgelopen. Die spanning moet er uit. Het is niet Piepers conclusie, maar de mijne, dat enige desintegratie van die complexe systemen zoals de EU mogelijkheden biedt om die spanning af te leiden. Dan kunnen er alsnog wel geweldsuitbarstingen plaatsvinden, maar zonder de doorwerking in het hele systeem.

Het is natuurlijk speculatie van de kouwe grond, niet meer dan een gedachtenoefening, maar mogelijk kunnen die twee hiervoor geschetste werelden elkaar daarin vinden: enige desintegratie van complexe – en voor velen onbegrijpelijke systemen – kan wel eens een goede manier zijn om de enorme spanning die in het systeem zit af te laten vloeien.

Nieuw rechts corrigeert op een emotionele manier de onnavolgbare consequenties van de complexe internationale systemen, op een élite van briljante denkers na, die helaas niet in staat zijn om de doorsnee burger uit te leggen waar ze mee bezig zijn. Misschien moet de “élite” de uitdaging aannemen en niet de huidige systemen coûte que coûte verdedigen door over de hoofden van burgers heen te praten maar door afbouwscenario’s te ontwikkelen en met big data verkennen wat er dan gebeurt. Want dat alle onheilsvoorspellingen over de gevolgen van Brexit en over Trump tot nu toe niet uitkomen maakt hun zaak ook niet sterker.

Laten we het gesprek aangaan over de vraag of we op een dergelijke manier toekomstscenario’s willen ontwikkelen in plaats de strijd tussen oude politiek op basis van morele waarden en nieuwe politiek door het ondergraven ervan. Big Data stelt ons mogelijk in staat om dat soort scenario’s te ontwikkelen. Misschien nu nog niet, maar als we de ontwikkeling van de kracht van computers in ogenschouw nemen, duurt dat niet lang meer.

Dan is het ook niet nodig om een referendum te houden over het voorkeurscenario, want op basis van big data over de politieke voorkeur van de burger weten we welk scenario de hoogste ogen gooit.

Maar dat is wellicht al te cynisch. Laten we dan een dergelijk referendum toch maar organiseren om als mens nog enigszins met opgeheven hoofd over straat te kunnen gaan.

Beeldtaal (2)

qualityfood_kidsfrd_happymeal_531x300Misschien komen we er in dit tijdperk van het beeld, aangejaagd door social media, achter dat taal, en denken in woorden, zwaar overschat is. Of wellicht beter: dat de kracht van beeldtaal zwaar onderschat is.

In zijn laatste boek Vrouw graaft de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård diep in de biografie van Hitler en verklaart zijn succes niet uit de rijkdom in taal, zijn beruchte speeches, integendeel, maar uit zijn vermogen om de beeldtaal van het militarisme in al zijn facetten te introduceren in het publieke domein om het Duitse volk in tijden van volstrekte armoe, wanhoop en verwarring na de eerste Wereldoorlog weer een houvast voor identiteitsvorming te geven. Vaandels, uniformen, marsen, insignes, vlaggen, parades, marcherende soldaten. Dat werkte. En hoe.

In heel korte tijd ontwikkelde zich in Duitsland een heel nieuwe ideologie, oude kaders gingen ongemerkt overboord. In een paar stappen werd met krachtige beeldtaal een waanzinnige energie opgewekt die niet alleen zorgde voor een economisch wonder, maar tegelijkertijd het fundament legde voor een volstrekt a-historische vernietigingsideologie. In ruim jaar tijd kostte dat 70 miljoen mensen het leven. Zo krachtig kunnen beelden zijn. Mits goed getimed en op een juiste voedingsbodem uitgestort.

Hoger opgeleiden gebruiken taal, woorden, om situaties te beschrijven, te analyseren, doorgronden, om via een rationeel stappenplan tot oplossingen te komen. Taal waar je geen grip op krijgt als je er niet in bent getraind. Deze week zette ik de radio aan en viel midden in een gesprek in volstrekt abstracte taal over doelen, resultaten, verbeteringen, tegenslagen vermengd met nog wat Engels managementjargon zonder dat duidelijk werd waar het over ging. Na tien minuten afgesloten met een “en dan nu terug naar de studio” zonder enige uitleg. Misschien was het over de nieuwe strategie van de nationale zwemploeg, maar voor hetzelfde geld over de marktpositie van KPN.

Het is dus niet verwonderlijk dat mensen met minder training hun eigen waarheid zoeken op facebook. In beelden, filmpjes. En zich laten leiden door de daar gepresenteerde “waarheden”. Vroeger zeiden we dat mensen de verkeerde krant lazen als ze de wereld onveilig vonden. Nu noemen we dat onze “informatiebubble”: je zoekgedrag modelleert je profiel bij Google en Facebook zodat hun zoekmachines razendsnel de informatie die bij jou past van het worldwideweb voor je selecteren en aan je voorschotelen. Ongeacht de betrouwbaarheid ervan. En juist omdat die informatie goed aansluit bij je verwachtingen neemt de geloofwaardigheid ervan enorm toe. Overigens: dit mechanisme trekt zich niets aan van opleidingsniveau. Iedereen laat zich leiden door alle informatie die met zijn of haar wereldbeeld spoort.

Deze week mocht ik een sessie bijwonen van de Belgische publicist Leo Bormans over geluk. Hij schreef het World Book of Happiness. Geen zweverigheid zoals in Happinezz, maar alles stevig onderbouwd met onderzoek wat helpt en wat niet, voor wie geluk nastreeft. Hij voert vooral campagne vóór medemenselijkheid en tegen alles wat over ons uitgestort wordt als gelukkig makend van Happy Meals tot all inclusive vakanties: het misverstand van materialisme.

Hij toonde onder meer een verpletterende hoeveelheid merken en logo’s die alle op een smiley leken. Van Danone tot Nike. Vrolijk stemmende merken omdat ze een glimlach in zich dragen. Die de weg effenen om een product te kopen. Hij liet zien hoe we onbewust worden voorbereid op aankopen, hoe onze ratio daar niets tegenin te brengen heeft. Hoe onze gemakzuchtige brein het altijd wint van ons vermogen tot diepere analyse. Lees ook Ons Feilbare Denken van Daniel Kahneman. Die legt uit dat die analytische manier van denken heel veel energie kost en dat we voor heel veel dagdagelijkse zaken kiezen voor routine, gemakzuchtig en daarmee zelf de val van de onbewuste verleiders wagenwijd openzetten.

We focussen op het beeld. We laten ons leiden door de close ups van de gezichtsuitdrukkingen van rolmodellen in reclames. Gezichten lezen kunnen we erg goed. En daarnaast zijn we graag onderdeel van een groep gelijkgezinden. Zelfs als we ons niet willen conformeren aan mainstream. Ook nonconformisten zoeken het liefst andere nonconformisten op. En passen ons uiterlijk, onze manier van leven aan aan het beeld van gelijkgezinden.

Taal lijkt daarbij meer en meer decor, achtergrondruis. We luisteren heel erg slecht. Beelden kun je niet negeren. Wij maken keuzes op basis van beeld en pikken daarna uit de begeleidende tekst wat ons in ons kraam te pas komt. De rest negeren we. Daarom komt Trump weg met racistische en seksistische uitlatingen. Zijn kiezers kiezen hem vanwege zijn stevige uitstraling, zijn agressieve toon. Boze mensen kiezen een boze man.

Zoals we allemaal ons leven afstemmen op de rolmodellen die we via reclame en magazines krijgen aangereikt, we maken allemaal dezelfde maaltijden uit de Allerhande of uit de kant-en-klare doos van WeFresh. We richten onze huizen en levens in volgens de lifestyle-bladen en machtigen bedrijven om het geld voor aankopen van onze bankrekening te halen.

Over enkele jaren stuurt Zalando ons ongevraagd de schoenen of de broek waar we net aan dachten – zoals bleek uit ons surfgedrag – en Bol.com een koolmonoxide detector nadat we onze zolderkamer op Airb&B te huur hebben gezet. En het aankoopbedrag wordt vast afgeboekt. Handig toch?

Volgende maand verder.

Beeldtaal (1)

3-3-magritte-not-to-be-reproducedOoit ben ik gaan nadenken over denken. Dat begint met denken over jezelf. Ergens in een mensenleven komt het moment van verwondering dat we kúnnen nadenken over ons zelf. Bij de een wat eerder dan bij de ander, en uiteraard bij sommigen nooit, maar beseffen dat je bestaat en dat het bestaan eindig is, althans het aardse bestaan, dat kwartje valt vroeg of laat. Sommigen laat het koud, anderen gaan tobben en enkelen gaan een to-do lijst maken. Tegenwoordig om ondoorgrondelijke redenen bucketlist genoemd.

Maar denken over je eigen denken is een verdiepingsslag daarop. Want het eigen denkproces proberen te doorgronden is een vreemde bezigheid. Het lijkt op proberen je achterhoofd te bekijken in de spiegel. Als je probeert je gedachtenstroom te bekijken, is de eerste vraag: denk ik in taal of in beeld? Dit stukje is in taal, maar dénken we ook in taal? Die vraag drong zich op na het lezen van het laatste boek van Frans de Waal. Dat gaat over denken bij dieren, of beter over “cognitie”. Kennen, weten. Hij schetst hoe dieren op hun manier waanzinnig intelligent kunnen zijn. Hoe kraaien ijzerdraadjes buigen om iets uit een holte te kunnen peuteren. Hoe olifanten in het droge Afrika weten waar drinkplekken zijn. Ook jaren later. Over denken bij mensen zijn we al een paar duizend jaar aan het denken.

Maar hoe werkt dat in olifantenhersenen? Ik vind dat fascinerende vragen. En die parkeer ik dus in mijn achterhoofd en af en toe plopt die vraag dan weer op. Mijn hersenen gaan bijna automatisch met die vraag aan de slag. Een soort achtergrondruis. (Is dat dan ook denken?) Zo viel mij op dat ik na soms ettelijke fietsloze weken mijn tweewieler in de stalling onder het stationsplein van Haarlem gemakkelijk kan terugvinden: maar pas als ik er ben. Ik kan niet, bijvoorbeeld thuis, aan anderen uitleggen waar hij staat.  Pas op het moment dat ik de stalling in loop, leiden mijn voeten mij als het ware zelf naar de fiets. Mijn lichaam, dus mijn hersenen, weten waar hij staat. De beelden van de ruimte triggeren de herinnering blijkbaar. Die beelden komen boven drijven en al lopend schuiven die live beelden over de beelden in mijn geheugen tot een match. “Dat is geen denken, dat is geheugen”, riposteerde een kennis. De vraag is of dat niet te gemakkelijk is.

Afgelopen zomer draaide ik in Frankrijk een straat in waar ik meende nog nooit te zijn geweest, tot beelden kwamen boven drijven die naarmate ik verder reed scherper werden tot ik alsof ik er gisteren nog was geweest de parkeerplaats achter de supermarkt opdraaide.

Zo moet het ook in de olifantenhersenen gaan. Onze willekeurige gedachtenstroom bestaat volgens mij uit beelden. Natuurlijk kunnen we nadenken in taal. Zodra we spreken, gebruiken we taal. De vraag is wanneer we tijdens ons denken overschakelen van beelden naar woorden. Onze taal is symbolisch. Bijna geen enkel woord in dit stukje is direct te linken aan de fysieke wereld om ons heen. Taal lijkt extreem abstract. Maar natuurlijk gaat taal wel over de wereld. Zelfs als hij er niet over gaat, zoals taal over god of goden. En is die abstracte taal een flinterdunne huid waaronder de wereld van beelden schuil gaat. Is onze taal als het ware geladen met beelden.

Bij het werk van ambachtslieden zie je hoe sterk die manier van “denken” is: zij hebben allerlei slimme trucs om maten over nemen. Een timmerman meet en rekent amper. Hij neemt letterlijk op een balkje een maat over, tekent dat weer af op een andere balk, gebruikt een blokje en een potlood om een hoek over te nemen. Daar komt geen rekenwerk aan te pas. Kleermakers trekken patronen over, spelden de zaak in elkaar en nemen hier en daar een naadje in tot het matcht met het beeld van hun klant. We puzzelen de beelden in elkaar. In ons denken over de wereld puzzelen we op dezelfde manier beelden in elkaar. Ons aangereikt in beelden, of in taal geladen door beelden.

Waarom mij dit zo bezighoudt? Ik denk dat er in dat denken in beelden een sleutel ligt hoe de opvattingen tot stand komen. Veel minder rationeel dan we veronderstellen. Als beelden het fundament zijn van ons denken, dan komt daar geen logisch redeneren aan te pas. Dan zoeken we naar overeenkomsten tussen verschijnselen op basis van hun voorkomen. Als Donald Trump sterk suggestieve beelden oproept, dan gaan toehoorders op zoek naar de overlap van die opgeroepen beelden met beelden in hun eigen leefomgeving. Als dat negatieve geladen suggesties zijn, zoals over criminaliteit van zwarten of Mexicanen, over grensmuren of lege fabrieken, dan kan een groepsoordeel in de publieke opinie snel gevormd zijn. Daar valt niet tegenop te redeneren met cijfers over statistieken of betogen over handelsverdragen. Cijfers en verdragsteksten roepen geen beelden op, zij matchen niet met beelden uit de leefwereld. Populisten roepen met taal sterke beelden op. Daar moet je dus andere sterke beelden tegenover zetten. Wetenschap, onderzoeken, kennis over de betrouwbaarheid van ons weten, kortom, de hele erfenis van de Verlichting, is paarlen voor de zwijnen.

Volgende maand verder. (In verband met drukke werkzaamheden ben ik van wekelijkse op maandelijkse blogs overgestapt.) 

Even zweven

Zo nu en dan is het goed om even afstand  te nemen van de drukte van alledag, van de hectiek van onze wereld, om juist door die afstand beter in te kunnen zoomen op die factoren die bepalen wie we zijn, hoe we met elkaar om gaan. Er even boven gaan hangen, roerloos als een mantelmeeuw boven het strand. Dan zie je alles even vanuit een ander perspectief. En zie je nieuwe verbanden enimg_9551 kansen. Om daarna met nog meer precisie eraan te kunnen werken dat de wereld een beetje beter wordt.

 

Tot in augustus.

 

De boze burger: exoot of nobele wilde (5)

Weer even alles op een rijtje:meer-tegenstanders-brexit-moord-jo-cox

Boosheid heeft zijn wortels in: niet serieus genomen worden, in bevoogding, in ontkenning door autoriteiten van problemen, in een gevoel van in de steek gelaten voelen en van onrechtvaardigheid. En in het ontbreken van vertrouwde gidsen die hoog en laag met elkaar kunnen verbinden.

Stel dat we dergelijke gidsen, duiders, weer op het schild zouden kunnen hijsen – en die neiging om dat te doen is groot zoals de discussie rond Aboutaleb toont –  wat staat hen dan te doen?

Frans de Waal beschrijft in zijn laatste boek (Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?) een bijzonder experiment met verschillende soorten apen waarvan de ene soort agressiever is dan de andere. Tijdelijk mengen de onderzoekers beide soorten in één gemeenschap. Daarbij blijkt dat de meer vredelievende soort de andere “besmet” met hun gedrag. Apen, en volgens De Waal dus ook mensen, zijn dus erg gevoelig voor de sfeer van hun omgeving. Interessant was dat nadat de vredelievende apensoort weer uit de gemeenschap was gehaald het vredelievende gedrag in stand bleef. Omgekeerd had uiteraard ook kunnen gebeuren. De les is: emotie is besmettelijk en kan een duurzaam karakter krijgen.

Voor die andere onderzoekers van de mens als apensoort – organisatieadviseurs – geen nieuws: teams van medewerkers kunnen meer of minder goed functioneren door de sfeer die door enkelen wordt bepaald. En ook die wijsheid is niet nieuw. De volkswijsheid luidt immers dat je één rotte appel uit de mand moet halen omdat hij de rest kan besmetten.

Het probleem is dat in de huidige door social media ontstane hysteriemaatschappij er geen hogere macht is om die rotte appel eruit te halen. Rutte probeert met een soort van staatsmantoon de angel uit de hysterie te trekken – zoals deze week naar aanleiding van beschuldigingen van DENK dat “de media” een ongecontroleerde vierde macht vormen. Maar dat is juist koren op de molen van de achterdochtigen die zich nu rond DENK verzamelen. Immers: Rutte bevestigt voor hen het vermeende complot tussen macht en journalistiek.

Dat past precies in het straatje van nog veel gevaarlijker nieuwe zelfuitgeroepen leiders als Trump: zij gooien juist olie op het vuur, weigeren in gesprek te gaan met kritische media en dragen er doelbewust aan bij dat het voor sfeer gevoelige publiek, voor wie social media de enige nieuwsbron zijn geworden, op zijn wenken bediend wordt met welgevallige informatie. Het is niet toevallig dat De Telegraaf, voor wie het bespelen van de gevoelens van “wakker Nederland” corebusiness was, sterk krimpt. De social media hebben deze rol overgenomen en de journalistieke filter die er bij De Telegraaf nog tussen zat is volledig weggevallen.

Het is alsof er een deel van de samenleving aan een infuus zit waarmee de boosheid van de burger die zich in de steek gelaten voelt gevoed wordt. Opvallend daarbij is dat die boze burger zich tegelijkertijd wentelt in slachtofferschap. Elke verandering wordt ervaren als verlies. Verlies van de overzichtelijke wereld van Swiebertje en Bromsnor. Een geromantiseerd beeld van een oer-Hollandse dorpssamenleving waarin de maatschappelijke orde vast lag. Geert Wilders blijkt nog geregeld naar oude opnamen van dit oubollige programma te kijken. Verlangen naar een wereld die nooit heeft bestaan, behalve in een fictief kartonnen decor.

De televisie en internet is nu ons venster op de wereld: geen Swiebertje meer maar grote stromen vluchtelingen die uit gebombardeerde steden naar onze veilige wereld trekken. Boze Surinamers die Zwarte Piet willen verbieden. Dat er op straat in onze eigen buurt geen merkbare veranderingen zichtbaar zijn doet er niet toe. Enig relativeringsvermogen ontbreekt en niemand die de hysterie kan doorbreken. Sterker nog: de hysterie heeft nu het leven gekost van de Britse politica Jo Cox die de Brexit-hysterie te lijf ging.

Hoe krijgen we de geest weer in de fles? Door een sterke man als Aboutaleb naar voren te schuiven? Misschien, al is de reden om hem naar voren te schuiven vooral opportunisme van de PvdA om het verlies aan kiezers goed te maken. Dat kan wel eens de verkeerde reden waar de Geest van Argwaan via de social media snel korte metten mee zal maken.

Hoe dan wel? Lichtpuntjes zijn initiatieven van onderop zoals Hotel de Koepel in Haarlem: honderden vrijwilligers die zich inzetten voor asielzoekers. Niet gestructureerd, maar organisch meebewegend met wat nodig is om vluchtelingen snel in te laten voegen in de samenleving. En daarmee de angst weg nemen van Haarlemmers die verstijfd voor de buis zitten en denken dat al die honderdduizenden bootvluchtelingen zich in hun buurt komen vestigen.

Het sterke van Hotel de Koepel is dat deze “gutmenschen” ook een luisterend oor hebben voor die wantrouwende burger en niet alle problemen onder het kleed schuiven. Kortom: geen nieuwe sterke mannen graag, maar weerbare burgers die het hoofd koel houden met een warm hart voor kwetsbare burgers. En die daarbij niet vergeten dat dat deels ook die boze burgers zijn. Daarbij moeten we over onze eigen schaduw heen springen. Gelijk hebben is de brandstof voor de hysterie, gelijk krijgen vraagt om olie op de golven. Om preciezer te zijn de smeerolie van ons poldermodel. Laten we proberen om meer te polderen, in de wijken, op scholen, op het werk, op verjaardagsfeestjes. Vanuit de simpele vraag: wat kan ieder voor zich doen om die geest van hysterie weer in de fles te krijgen voor er ongelukken gebeuren? Ik ga er mee aan de slag en zal geregeld verslag uitbrengen.

De boze burger: exoot of nobele wilde (4)

vondelstraatrellenDrie weken geleden kondigde ik een kleine denkpauze aan om tot een conclusies te komen over het DNA van de boze burger. Inmiddels heb ik er drie weken over na kunnen denken. Maar ik ben er nog niet uit. De Boze Burger wegzetten als een rancuneuze kleinburger is te makkelijk.

Alles conclusies op een rijtje over het DNA van de boze burger tot nu toe:

1. Boosheid heeft zijn wortels in niet serieus genomen worden.
2: Boosheid heeft zijn wortels in bevoogding.
3: Boosheid heeft zijn wortels in ontkenning door autoriteiten van problemen.
4. Boosheid heeft zijn wortels in een gevoel van in de steek gelaten voelen.
5: Boosheid heeft zijn wortels in een gevoel van onrechtvaardigheid.

Deze week nog een extra verdiepend inzicht door twee synchroon lopende gebeurtenissen: de woedegolf op Facebook over toetreden tot DENK door Sylvana Simons, en de boosheid over de vroege zomerstop van Pauw zonder vervanging door Jinek of Knevel en Van de Brink.

De Volkskrant ontrafelde de regie achter de woedegolf over Simons: strak geregisseerd door twee ervaren Facebookers die als een rechtse Gideonsbende veel galm veroorzaken en daarmee de suggestie wekken dat er een grote volksmeute achter die woede zit. Zij triggeren uiteraard wel de latente woede op een geraffineerde manier en zijn daarmee de boekhouders van de woede zoals Peter Sloterdijk dat in zijn boek Woede en Tijd goed uitlegt. Maar het is de vraag of daar het probleem zit.

Volgens mij zit dat op een heel ander niveau. Zowel Rutte als Asscher proberen vanuit leiderschap de reactie op Simons te veroordelen, maar juist in de reacties daarop zie je waar de schoen wringt: de politiek elite heeft zijn autoriteit verloren. Het tafereel is spiegelbeeldig aan de reacties op Provo en later de krakers op de regenteske reacties zoals van burgemeesters als Van Hall en daarna notabene Polak. Een foto van de ravage na de Vondelstraatrellen geeft de sfeer van een veldslag weer waarbij de woede-uitbarstingen op social media klein bier zijn. Daar ligt de kiem in het ont-autoriseren van de politieke élite.

Tegelijk worden de politieke spelregels herschreven. Eén van de kroonjuwelen van D66, het referendum, wordt dynamiet in handen van zo’n Gideonsbende. Ik sprak deze week nog verontwaardigde raadsleden over een actie van een oppositiepartij in hun gemeente die haar beperkte invloed in de gemeenteraad gaat compenseren met een referendum. Uiteraard met een U-bocht van een comité van boze burgers. Maar even goed spelvervuiling om een volksraadpleging te organiseren als je je zin niet krijgt in de volksvertegenwoordiging. Het idee achter het referendum dat burgers rationele wezens zijn die weloverwogen op basis van inhoud stemmen kan bijgezet in de Museum van Naïviteit.

Mensen zijn intuïtieve, emotionele wezens. Zij beoordelen leiders op basis van gedrag, hoe zij kijken, gebaren. Natuurlijk helpt duiding door experts daarbij. De boosheid over de lange zomerstop van de praatprogramma’s geeft aan dat mensen daar behoefte aan hebben. Columnisten in de krant schrijven daar met opvallend veel dédain over. Dat de beter opgeleide burger een programma als Pauw nodig heeft om tot een opvatting te komen wekt hun verbazing: daar is de krant toch voor? Gedeeltelijk: maar televisie maakt het mogelijk om alle non-verbale communicatie waar te nemen. Dat lukt een krant echt niet. De krant is taal. En journalisten overschatten de kracht van taal en onderschatten de kracht van beeld. Dat deze programma’s juist door de wisselwerking tussen de gasten de duiding bevorderen – op een heel efficiënte manier: binnen een half uur observeren van het gedrag aan tafel bij Pauw weet je het wel zo’n beetje – legt twee zaken bloot: mensen hébben behoefte aan duiding, aan gidsen. En dat voor de minder hoog opgeleiden een dergelijke duiding compleet ontbreekt ontgaat blijkbaar iedereen. Humberto Tan draait de hele zomer door, maar wordt niet genoemd als alternatief. Hoge kijkcijfers, maar politiek niet van belang.

Opvallend is hier dus ook de omkering: waren tot begin jaren zeventig politiek leiders als Den Uyl juist de gidsen voor de groepen zie zowel hoog als laag op de maatschappelijke ladder stonden, nu zijn deze leiders de gidsen enkel voor de hoger opgeleide burgers en zijn de mensen voor wie de horizon wat dichterbij is en minder overzicht hebben over de ontwikkelingen in de wereld aangewezen op Facebook waar meningen verward worden met feiten. Sterker nog, met hun veroordelingen versterken Rutte en Asscher de kloof tussen “hoog” en “laag”.

Hoe dan wel? Ten eerste is het niet moeilijk om de polarisatie nog verder op te voeren. De verleiding is ook groot. Plat racisme mag immers niet onweersproken blijven. Maar besef dat je dan weggezet wordt als Gutmensch wat een verdere tweedeling triggert: precies waar de boekhouders van de woede op uit zijn.  Kortom: een doolhof van dilemma’s.

Daarom deze week nog geen conclusie, laat staan “oplossing”. Maar een zesde les:

6. Boosheid heeft zijn wortels in ontbreken van vertrouwde gidsen die hoog en laag met elkaar kunnen verbinden.

Nog geen tijd gehad voor een slotbeschouwing over de Boze Burger. Dus als tussendoortje mijn eenvoudige commentaar op de ontwikkeling van het publieke debat. spreekgestoelten2 (2)

De boze burger: exoot of nobele wilde? (2)

Na les 1 vorige week over het DNA van de boze burger nu twee lessen!  

Terug naar de boze burger en doe-het-zelf-democratie. Een vriend van mij klom op van sjouwer op de groenteveiling tot wethouder. Met niet veel meer dan lagere school leerde hij bij via een deeltijdopleiding Opbouwwerk op de sociale academie, en heeft daarna als wethouder in zijn gemeente heel veel betekend voor de wijken waar hij zich druk om maakte; de wijken waar de mensen met weinig kansen woonden. Hij bleef zichzelf, sprak de taal van de mensen waar hij voor op kwam, maar verheerlijkte hen niet. Als het moest wees hij hen terecht én hield hij ook vurig pleidooi van een stevige portie sociaal werk in de wijken. Niks doe-het-zelf-geneuzel.

Wat de afgelopen twintig jaar wel veranderd is, is dat juist de sociale klimmers geen opbouwwerker meer worden, maar kiezen voor carrière met meer verdiensten, weg van de neerwaartse zuigkracht van de volkswijk. In de plaats daarvan komen middenklasse types de wijk in met een paternalistische boodschap dat de bewoners er verkeerd eten, teveel drinken, voor hun buren moeten zorgen en hun eigen groenten moeten gaan kweken. Dat sluit niet helemaal aan bij het DNA van de wijk om het eufemistisch te zeggen. Daar kunnen die bewoners best link over worden.

Les 2: Boosheid heeft zijn wortels in bevoogding.

Dat wil niet zeggen dat de wijk het allemaal zelf kan. Toename van criminaliteit in de Friese volkswijk (zie Volkskrant van 23-04) wordt even gemakzuchtig gebagatelliseerd door de wijkraadsvoorzitter als de ministers doen met meer verkeersdoden en minder studenten. Terecht dat de wethouder nog eens op zijn hoofd krabt als de wijk de verantwoordelijkheid voor de zorg en de openbare orde naar zich toe wil trekken. Maar dat de wijk het laagste punt is waar veel ellende als vanzelf naar toestroomt klopt wel. Het zijn de wijken waar er flinke doorstroom is op de woningmarkt, de huizen klein, de huren laag en er dus snel een woning te vergeven valt aan woningzoekenden die uit de maatschappelijke opvang of detentie komen. Als je er niet woont of dagelijks komt, dringt niet gemakkelijk door wat dat betekent voor een wijk. Dat de handen van de achterblijvers dan gaan jeuken om het “op onze manier te doen” is begrijpelijk. Dat is dan weer een vorm van Doe-het-zelf-democratie zoals het weer niet bedoeld is. Zeg het maar: mogen de bewoners het wel of niet zelf doen? Of mogen ze alleen dat stuk zelf doen dat teveel geld kost: de billen wassen van de demente buurman?

Les 3: Boosheid heeft zijn wortels in ontkenning door autoriteiten van problemen.

De boze burger: exoot of nobele wilde

“De boze burger is de vervolmaking van de democratie. Hij doet het alleen wel op zíjn manier.” Mijn gesprekspartner doet vrij luchtig over alle boosheid in de samenleving. Wij lopen samen van mijn kantoor in een buurt met vrij veel boze burgers naar een afspraak. We passeren de Prijzenmepper, een Turkse döner-bakker, de Lidl-supermarkt. Ik vertel hem dat ik onlangs het begrip De Boze Burger op een onderzoeksagenda had zien staan. De Boze Burger als onderzoeksobject. Zelf heb ik ook de behoefte om het dna van de boze burger te ontcijferen, vooral om te weten welke interventies om deze buurten op te stoten in de vaart der volkeren niét werken. Want de boosheid komt vaak tot uitdrukking op wijkvergaderingen waarin goedbedoelende professionals de zoveelste boodschap komen uitventen.

In de Volkskrant dit weekend een schets van een vergelijkbare wijk in Leeuwarden en hoe wijkbewoners daar zelf het initiatief naar zich toe proberen te trekken, met medewerking van de gemeente, maar ook wel met aarzelingen. Je proeft bij de journalist de sympathie voor de zelfbenoemde opbouwwerkster, zelf opgegroeid in de wijk, door studie ontsnapt aan haar milieu maar nu weer teruggekeerd om zelf de hand aan de ploeg te slaan. Doe-het-zelf-democratie moet het zijn. En al die bemoeizuchtige professionals moeten hun biezen pakken en de overheid kan zeker beter op afstand blijven.

Ik aarzel. De one-liners-cultuur leidt ook tot risico’s op versimpeling. De opbouwwerkster in kwestie is immers een heel grote uitzondering. Deze week een thema-nummer van de Groene over de toename van de kloof tussen hoog- en laagopgeleid. Sociale klimmers zoals die opbouwwerkster worden niet alleen zeldzamer, als het ze lukt te gaan studeren, dan is het niet vanzelfsprekend dat ze zich inzetten voor de “achterblijvers”, die boze burgers. Mocht je als kansarme er in slagen om de overstap te maken naar de wereld van de kansrijken, dan is het opbreken van je carrière als jurist in het bedrijfsleven sterk afwijkend. Daar kun je geen beleid op funderen.

Om te beginnen met de eerste ontrafeling van dat boosheids-dna: deze week kreeg ik zelf erge last van boosheid. Twee berichten: in 2015 vielen er 20 doden meer in het verkeer, en kinderen uit laagopgeleide milieus gingen veel minder vaak studeren. Het eerste bericht is een schoolvoorbeeld van politieke arrogantie. Die 20 doden meer vielen precies op die trajecten waar de maximum snelheid was verhoogd tot 130 km per uur. Dûh!  Maar de minister was niet onder de indruk: ze gaat stug door. Nadat 30 jaar lang de verkeersveiligheid enorm toenam, jaar in jaar uit, schrikt ze niet van deze trendbreuk in statistiek. Terwijl alle deskundigen dit effect precies zo hadden voorspeld. 20 doden extra per jaar! 20 families in diepe rouw, verscheurd door verdriet worden ontkend opdat we het gaspedaal maar dieper mogen intrappen voor drie minuten tijdwinst van Amsterdam naar Den Bosch. Daar kan ik heel erg boos over worden.

Ook om boos over te worden: 8000 middelbare scholieren minder dan voorgaande jaren begonnen aan een studie. Oorzaak: de invoering van het leenstelsel in de studiefinanciering. Ook de minister die dit had bedacht gaf geen krimp: het zou de luwte na een soort boeggolf zijn omdat het jaar ervoor scholieren géén tussenjaar namen om nog te profiteren van de “gratis” studiefinanciering. Dat dit één van de vele losgeschoten treden is van de trap waarop mensen maatschappelijk konden opklimmen dringt niet door. Twee keer boos in één week: slecht voor de gezondheid.

Als we smalen over de “fact free politics’ van Trump, mogen we de hand ook in eigen nationale boezem steken. Ministers die alle goed gefundeerde waarschuwingen van experts in de wind slaan en de uitkomsten van onderzoeken naar de effecten onmiddellijk bagatelliseren zijn het bewijs dat die fact free politics ook bij ons vaste voet aan de grond heeft gekregen.

Les 1. Boosheid heeft zijn wortels in niet serieus genomen worden.

Volgende week verder.

Geen blog

Elke week een blog leidt tot haastwerk en herhaling. Daarom wissel ik vanaf nu de blog af met foto’s, tekeningen en mogelijk korte verhalen. Deze week een tekening.DSC09892